Natuurbeleid 
woensdag 09 december 2009
Open brief van 79 hoogleraren over het huidige natuurbeleid
Aan de leden van het kabinet Rutte-Verhagen,
Nederland is één van de dichtstbevolkte en ook één van de welvarendste landen ter wereld. Het is voor alle Nederlanders van belang om te kunnen leven in een gezonde en gevarieerde leefomgeving. De afgelopen decennia is er door zowel natuurbeschermingsorganisaties als door de verschillende overheden hard gewerkt om een aangename leefomgeving te behouden en te creëren voor zowel de mens als planten en dieren. Dit was en is een moeilijke opgave omdat de natuur in ons land onder grote druk staat. In Nederland is een enorme achteruitgang van de biodiversiteit sinds 1900 door het Planbureau voor de Leefomgeving becijferd! Veel soorten zijn verdwenen, en veel andere komen nog slechts op enkele plekken en in kleine groepen voor. Dit is het gevolg van onze snel toegenomen bevolking en bedrijvigheid, door vervuiling en door intensivering van de landbouw. Op grond van deze alarmerende veranderingen zou een verhoogde inspanning verwacht mogen worden op het gebied van natuurbeheer en natuurontwikkeling. Helaas is het tegendeel momenteel het geval.
Bezuinigingen/ beleidswijziging
Als gevolg van de economische crisis kiest het kabinet voor zware en disproportionele bezuinigingen op de rijksbudgetten voor natuur. Het gaat om 300 miljoen per jaar op een bedrag van 500 miljoen, een reductie van maar liefst 60%! Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving zullen de voorgenomen bezuinigingen op het natuurbeleid zorgen voor een verdere verslechtering van de natuurkwaliteit en de leefomstandigheden van beschermde soorten (Herijking van de Ecologische Hoofdstructuur, Quick Scan van varianten, 2011).
Het oorspronkelijke budget is nodig om de natuur in Nederland te beheren, landschappen te onderhouden alsmede voor investeringen voor de komende acht jaar in de ontwikkeling van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Hierover zijn bestuurlijke afspraken gemaakt en verplichtingen aangegaan. Het kabinet heeft echter onder meer besloten geen verbindingen tussen natuurgebieden meer te realiseren. De draconische bezuinigingsmaatregelen op natuur leiden er toe dat wat in decennia is opgebouwd op zeer korte termijn teloor dreigt te gaan. Dit is niet alleen een enorme kapitaalsvernietiging, maar leidt ook tot een verslechtering van de leefkwaliteit voor mensen, planten en dieren. Wij willen met klem protesteren tegen deze aanslag op de natuur in Nederland, waarbij korte-termijn bezuinigingen gaan leiden tot langetermijnproblemen (‘penny wise – pound foolish’).
Visie
De natuur vraagt niet om een discussie, en zeker niet om een discussie in de welles-nietes sfeer, maar om een visie! Wij verwijten het kabinet geen visie te hebben op de kwetsbare natuur in ons land, op de kwaliteit van de leefomgeving en op de toekomst van de inrichting van ons land. Juist op grond van een duidelijke en goed onderbouwde visie, zou uw kabinet bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak kunnen ontwikkelen voor veranderingen in combinatie met bezuinigingen. Wij roepen op tot een stevige visie, die leidt tot nieuwe impulsen en een duurzame koers.
In deze brief stippen we enkele onderdelen van zo’n visie aan. Deze visie gaat verder dan biodiversiteit alleen en heeft ook betrekking op gezondheid, economie en recreatie.
Ecologische Hoofdstructuur (EHS)
Het EHS-beleid heeft sinds 1990 voor successen gezorgd; natuurgebieden zijn vergroot en met elkaar verbonden. Dat heeft bijgedragen aan het behoud en het herstel van biodiversiteit, de terugkeer van zeearend en de kraanvogel en het herstel van de otter en veel bijzondere plantensoorten. Het EHS-beleid is met veel interesse en respect besproken in binnen- en buitenland. De EHS is echter nog lang niet af, er moeten nog veel gronden aangekocht en ingericht worden, zodat deze kunnen functioneren als verbindingszone waarlangs uitwisseling van planten en dieren tot stand kan komen.
Momenteel wordt er hard gewerkt aan de herijking van, lees bezuiniging op, de EHS. Het is verstandig om, met twintig jaar ervaring, pas op de plaats te maken en te bezien wat met de kennis van nu en de schaarse middelen een goede manier is om tot een afronding van de EHS te komen. Voor ons staat echter buiten kijf dat uitstel een betere optie is dan afstel.
Wij bepleiten een goede afronding van de EHS; waarbij het vooral moet gaan om de functie van de natuurgebieden die nog gerealiseerd moeten worden. Pas daarna wordt gekeken wie dat gaat uitvoeren; inzet van boeren of particulieren is daarbij mogelijk, maar is geen doel op zich.
Agrarisch Natuurbeheer
Het is overigens een illusie dat het met de biodiversiteit in ons land goed is geregeld is als de EHS af is. Onze Nederlandse natuur is vaak niet gebonden aan natuurgebieden, denk bijvoorbeeld aan de weidevogels op landbouwgronden, aan zwaluwen en kerkuilen die in schuren nestelen en aan bloeiende bermen langs de wegen. Bovendien zijn natuurgebieden vaak eilanden in een zee van intensief gebruikte landbouwgrond. Elke eerstejaarsbioloog kan uitleggen dat dat de lange-termijn overlevingskansen van soorten negatief beïnvloedt. Vandaar ook de noodzaak voor een robuuste EHS, waardoor die ‘eilandvorming’ grotendeels opgeheven wordt en het voortbestaan van vele soorten planten en dieren doelmatig ondersteund wordt.
Ook wil het kabinet in de EHS voorrang geven aan natuurbeheer door boeren en particulieren. Momenteel dragen die echter nauwelijks bij aan de doelen van de Vogel- en de Habitatrichtlijnen. Als de regering dit wil verbeteren, kost dat extra geld (Herijking van de Ecologische Hoofdstructuur, Quick Scan van varianten, 2011).
Onderzoek laat zien dat agrarisch natuurbeheer dat is ingesteld om een deel van deze biodiversiteit (van met name de weidevogels) te behouden, daar tot op heden niet in slaagt. Veel subsidie is ingezet op gronden zonder weidevogels, en op gronden met weidevogels heeft de subsidie zelden geleid tot behoud of toename van de aantallen. Daarom bepleiten wij een drastische herziening van het agrarisch natuurbeheer. In essentie willen we dat de beschikbare middelen zich meer dan nu concentreren op een kleiner maar kansrijker gebied.
Er kunnen dan minder boeren aan deelnemen, maar de overblijvende boeren zullen met hogere vergoedingen tot een beter resultaat kunnen komen.
Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)
De natuur ging vaak samen op met de landbouw. Wij pleiten voor een ruimtelijke differentiatie binnen de landbouw. Op sommige plekken (waar het kan) willen we landbouw die binnen de geldende milieunormen gericht is op maximale productie en productkwaliteit door schaalvergroting en technologie. Op andere plekken wensen we kleinschalige, extensieve landbouw die ten dienste staat van behoud en herstel van de waarden van natuur en landschap, en waarbij recreatie en streekproducten kunnen bijdragen aan een economisch rendabele bedrijfsvoering. Wij vinden dat het kabinet zich er maximaal voor moet inspannen dat gelden van het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid worden ingezet voor het herstel van natuur en landschap. Wij merken op dat daar ook grote economische belangen mee gemoeid zijn: in diverse delen van ons land, en niet alleen op bijvoorbeeld de Veluwe en in Drenthe, is het natuurgebonden toerisme belangrijker voor de locale economie en werkgelegenheid dan de landbouw.
Klimaat
De natuur verzorgt allerlei diensten (‘ecosysteemdiensten’) gratis voor ons. Een van die diensten is bijvoorbeeld het bufferen van neerslagextremen waardoor overstromingen voorkomen worden en dijkverzwaringen betaalbaar blijven. De zeespiegel stijgt en de extreme neerslag neemt toe; dat heeft gevolgen voor de inrichting van ons land. In natte tijden is de opvang van water in natuurgebieden van groter belang dan ooit. Wij zijn dan ook enthousiast voor oplossingen waarbij waterveiligheid wordt gecombineerd met ontwikkeling van natuur, door middel van de zogeheten klimaatbuffers. Ook kunnen natuurlijk functionerende wadplaten en kwelders een rol spelen in het bestrijden van effecten van de huidige zeespiegelstijging, en biedt een opwaardering van de Afsluitdijk kansen voor natuur en schone energie.
Wij bepleiten dat het kabinet in overleg met de provincies en waterschappen locaties en de inrichting van meer van dergelijke groene waterstaatkundige ingrepen bepalen. Wij zijn ervan overtuigd dat een dergelijke aanpak ook nog eens goedkoper is dan de klassieke veiligheidsmaatregelen, zoals dijkverhoging.
Recreatie
Tegen de achtergrond van de alledaagse drukte, is de behoefte aan recreatie in de vrije tijd steeds groter. Het belang van de natuur voor de gezondheid is onomstreden. Dit illustreert het belang van natuurgebieden voor de mens. Daarom dienen de toegankelijkheid, oppervlakte en de kwaliteit van die natuur ook gewaarborgd te zijn. Gelukkig is er daarom ook een beleid om juist bij grote steden bos- en natuurgebieden in te richten met een belangrijke recreatieve functie. Wij vinden het dan ook kortzichtig dat het kabinet heeft besloten geen geld meer beschikbaar te stellen voor de inrichting van recreatiegebieden bij de stad, juist daar waar het gebrek aan dergelijke gebieden het grootst is. Wij roepen het kabinet dan ook op alles in het werk te stellen de ontwikkeling van groene recreatiegebieden veilig te stellen.
Tot slot
Overal op onze aardbol staat de natuur onder grote druk. Wat gaan we daar in de komende eeuw aan doen? Gaan we door met de aarde langzaam onleefbaar te maken, of veranderen we van visie en van koers? We kunnen niet de hele wereld veranderen, maar we kunnen wel onze verantwoordelijkheid nemen voor dat kleine stukje dat Nederland heet en dat, economisch crisis of niet, nog steeds een van de meest welvarende landen ter wereld is, waar mensen nog steeds graag willen wonen.
Wij roepen het kabinet Rutte-Verhagen daarom op om bezuinigingen zodanig uit te voeren dat de natuur in Nederland niet onevenredig belast wordt. Nederland heeft tot nu toe internationaal gezien een goede reputatie en voortrekkersrol op het gebied van natuurbeheer en natuurontwikkeling. Dat moet vooral zo blijven.
Prof. dr. Han Olff, Groningen
Prof. dr. Rien Aerts, Amsterdam
Prof. dr. Frank Berendse, Wageningen
+ nog 76 professoren!
---------------------------------------------------------------------------------------------------
Dit kabinet hakt de natuur fluitend aan stukken
Volkskrant, 28-02-2011, door Michiel Hegener
Er zijn meer aanwijzingen dat dit kabinet, het CDA in het bijzonder, de noodzakelijke bezuinigingen misbruikt om de natuur in Nederland te beteugelen.
Tegen de tijd dat het kabinet- Rutte alweer bijna is vergeten, pakweg in 2030, zal iedereen die het Nederlandse buitengebied doorschrijdt de resultaten kunnen zien van de statenverkiezingen van 2 maart 2011. De aanstaande verkiezingen mogen goeddeels over de Eerste Kamer gaan, ze markeren ook een planologische splitsing: wordt Nederland in beginsel één landdekkend natuurgebied met daarin eilanden van intensieve menselijke activiteit? Of bouwen we het bestaande model verder uit: een land van in elkaar overgaande agglomeraties, bedrijventerreinen en intensieve landbouw, met hier en daar een natuureiland?
Ecologische Hoofdstructuur
Als overheden niet ingrijpen ontstaat automatisch het laatste, zeker in een vol land als het onze. Om het model met één natuurgebied zoveel mogelijk te realiseren, werd de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) bedacht en in 1990 tot rijksbeleid gemaakt. De EHS, 750 duizend hectare, werd ingetekend op de kaart, de aankopen begonnen, in 2018 moest het klaar zijn. Omdat spoor-, snel- en andere wegen een essentieel deel zijn van de menselijke samenleving kan de EHS niet zonder een groot aantal ecoducten, en daarvan zijn er al bemoedigend veel aangelegd of nu in aanbouw.
Rijksbudget
Van de EHS is 600 duizend hectare gerealiseerd, of althans aangekocht. Maar er ontbreken nog grote stukken, en veel van de reeds aangekochte grond moet nog worden ontwikkeld tot natuur. Hier en daar moeten nog strategische aankopen worden gedaan, anders is de reeds verworven grond in de omgeving even nuttig als een ladder met ontbrekende sporten. Soms ligt te midden van nieuwe aankopen nog een blok landbouwgrond waar alleen gewerkt kan worden bij een lage waterstand, met als gevolg dat de omliggende natuur uitdroogt. Voor aankoop en ontwikkeling van de EHS heeft dit kabinet geen geld, er zijn alleen nog wat oude potjes, en zelfs die lijken niet veilig. Het hele rijksbudget voor natuur gaat met 40 procent terug. Oppervlakkig bezien, lijkt het of het staken van de EHS draait om geld: de aanleg zou zijn stilgelegd vanwege de dringend noodzakelijke bezuinigingen. Zo wordt het gebracht door het kabinet bij monde van staatssecretaris Bleker (CDA) van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Hij wil minder ruimte voor natuur maar wel een kwaliteitsverbetering van de natuur die mag blijven. Verbonden
Dit klopt niet. Natuur versterkt natuur, mits onderling verbonden. Kerngedachte bij de EHS is dat natuurgebieden waardevoller zijn wanneer alles wat leeft bij elkaar op bezoek kan. Dat is meer dan een leuk idee, wetenschappelijk staat de kwaliteitswinst buiten kijf en iedereen kan het zo begrijpen. Wat doet dit kabinet? Het zet een streep door de EHS. Waarna de staatssecretaris begint over het verhogen van de kwaliteit in de bloempotten die mogen blijven. Er klopt nog meer niet. Stel je voor: je bent de staatssecretaris die over onze natuur moet waken en je moet steeds weer vertellen dat er geen geld is voor een robuuste natuurverbinding tussen Veluwe en Oostvaardersplassen, dat Staatsbosbeheer misschien wel natuur moet verkopen, dat allerlei natuurpoorten en -verbindingen er niet gaan komen. Verschrikkelijk moet dat zijn als je inderdaad zo stapelgek op natuur bent als je ambtsaanvaarding suggereert.
Glunderend
Bleker zou af en toe bij een microfoon moeten staan snotteren, hij zou moeten volschieten bij het zien van een haas in een weiland, wetend dat het dier zonder voltooide EHS hooguit van A naar B of naar C kan en nooit naar P of Z. Maar de staatssecretaris staat er steeds glunderend bij als hij weer eens zegt dat we ‘realistisch’ moeten zijn. De geloofwaardigheid van het CDA had gered kunnen worden indien partijleider Verhagen ook maar één keer voor een tv-camera één traan had weggepinkt bij het beantwoorden van een vraag over de natuurbezuinigingen.
Er zijn meer aanwijzingen dat dit kabinet, het CDA in het bijzonder, de noodzakelijke bezuinigingen misbruikt om de natuur in Nederland te beteugelen. Natuurmonumenten heeft een kieswijzer voor de Statenverkiezingen gemaakt waaruit blijkt dat het CDA bijna overal op bijna alle punten anti-natuurstandpunten inneemt. Tijdens de kabinetten Balkenende heeft het CDA knarsetandend allerlei door D66, de PvdA en de ChristenUnie aangedragen, boer-onvriendelijke natuurbeleidsmaatregelen moeten tolereren. Maar nu hoeft dat niet meer, want ook de provinciale afdelingen van de VVD en de PVV zijn tegen bijna alles wat natuur is, blijkt uit de kieswijzer.
Megastallen
Wat bovenal niet klopt, is dat het kabinet verzwijgt dat de hele EHS, ondanks de bezuinigingen van nu, goed valt te realiseren. Gewoon wachten tot betere tijden met ruimere budgetten en dan de aankopen hervatten, reuze simpel. Maar die oplossing is kansarm als de nog te realiseren EHS in de tussentijd is volgezet met megastallen, bungalowparken en bedrijventerreinen. Die moeten dan ter zijner tijd weer allemaal worden onteigend en gesloopt - dat is pas echt duur.
Bleker wil de EHS, af of niet af, in 2018 voor voltooid verklaren. Daarna mogen de hyena’s zich op het karkas van de niet gerealiseerde EHS storten, en dat beleid werpt nu al een schaduw over onze natuur. In de Provinciale Staten van Gelderland zijn bijvoorbeeld al stemmen opgegaan om de bouw van een aantal ecoducten op de Veluwe stil te leggen, want die leiden straks toch ‘van niets naar niets’. Dat laatste is onzin, feit is wel dat de ecoducten nog effectiever zijn als de EHS wordt afgemaakt.
Grote rol
De provincies hebben een grote rol - als ze willen - bij het veiligstellen van de ongerealiseerde EHS totdat er weer geld is. Vandaar het belang van de statenverkiezingen voor de toekomstige aanblik van ons land. Het grootste deel van de Nederlandse bevolking heeft nog geen weet van de natuurbezuinigingen en graaft burchten, bouwt nesten, werpt jongen, knaagt bomen door en wroet bermen om alsof er geen kabinet-Rutte bestaat.
Wisten ze maar beter en hadden ze maar stemrecht. Nu wordt het overheidsbeleid gesteund of juist geblokkeerd door het deel van de bevolking dat op 2 maart wel bij een stembureau wordt verwacht - helaas het deel dat niet is gehuisvest in de bossen, heiden, polders, vennen, moerassen, bloemenweiden, zandverstuivingen en bovenal de nog aan te leggen natuurschakels waarover het hier gaat. Absurd maar waar. Hoe zouden de leden van het kabinet vannacht slapen als dassen, mollen en wilde zwijnen mochten stemmen over hun leefomgeving?
De auteur is publicist. Volgens hem heeft het CDA zich in eerdere kabinetten nog moeten voegen naar de wensen van natuurvriendelijker coalitiepartners, nu kan het ongeremd de belangen van de boeren behartigen.
---------------------------------------------------------------------------------------------------
’Natuurbehóud? We moeten verder!’
door Hans Marijnissen (Trouw, 10 februari 2011)
Johan van de Gronden, algemeen directeur van het Wereld Natuur Fonds Nederland, vindt dat ons land afmoet van het mozaïek aan natuurgebiedjes. Concentreer je op drie zeer grote reservaten waarin duin, delta en bos de hoofdrol spelen, houdt hij de Tweede Kamer vandaag voor. Hieronder aan de hand van zes punten zijn plan voor een Nieuwe Natuur.
I Beëindig de polarisatie
„Stel, ik was een half jaar op reis geweest en ik kwam terug in Nederland: dan zou ik me afvragen wat hier in hemelsnaam was gebeurd. Waarom is iedereen plotseling zo negatief over het natuurbeheer? Als ik de reacties in Trouw lees op de vraag van Wilma Kieskamp over de waardering van natuur, dan zie ik venijnige sentimenten. Hetzelfde geldt voor de opmerkingen die op de website worden gemaakt na het interview met Jan-Jaap de Graeff, de directeur van Natuurmonumenten, in Trouw waarin hij probeert uit te leggen waarom zo veel van zijn leden opzeggen. Ik ben geschrokken van die sfeer.
Ik ken de verklaringen. De grote organisaties hebben de afgelopen jaren de natuur misschien te technisch benaderd, en gebruiken jargon waarvan burgers niet warm worden. In een ’biotoop’ ga je niet wandelen, laat staan dat je gaat fietsen door een Ecologische Hoofdstructuur. De beherende organisaties kunnen de hand deels ook in eigen boezem steken. Zij hebben misschien te veel gehamerd op de intrinsieke waarde van de natuur. Maar het grote publiek maakt zich niet zo druk om de Noordse woelmuis of de witsnuit-libelle. Ik denk dat de aandacht te veel is uitgegaan naar instandhouding en te weinig naar herstel van natuurlijke dynamiek. De internationale Habitatrichtlijnen voor soorten zijn daardoor in ons land we l heel calvinistisch uitgevoerd. Extreme bescherming van doelsoorten als de rugstreeppad, waarvan een enkel exemplaar een heel bouwproject kan stilleggen... dat gaat mensen gewoon te ver. En dat kan ik me voorstellen.
Burgers gaan voor de ’nuts-beleving’: ze willen wandelen en fietsen, of in een kano of een open autootje van het landschap genieten. En als het kan: mooi wonen in een voor het water veilig gebied. Samengevat hebben Nederlanders het gevoel dat ze qua natuur geen waar voor hun geld te krijgen. Daarmee zit het natuurbeleid op een dood spoor, ben ik bang.
Daar heeft dit kabinet een neus voor, lijkt het. Staatssecretaris Henk Bleker legt de vinger op de zere plek: op een beleid dat op z’n einde loopt. Maar hij draagt de verkeerde oplossing aan. Hij speelt consequent de CDA-kaart: boer. In de beeldvorming die hij creëert kunnen boeren hun bedrijf nauwelijks uitvoeren doordat de natuur hen als het ware in de weg zit. Dus niet langer agrarisch gebied inruilen voor natuur, maar andersom: laat boeren voortaan de natuur beheren.
De werkelijkheid is anders. In Nederland heeft zeventig procent van het oppervlak een agrarische bestemming. In de overige 30 procent moeten we wonen, werken en recreëren, inclusief natuurbeleving. Wat ik maar wil zeggen: de boeren hebben wat toebedeling van land betreft niets te klagen. Om nog een misverstand uit de weg te ruimen: landbouw gaat níet samen met natuurbeheer, op een enkele uitzondering in het weidevogelbeheer na. We zijn juist 85 procent van de biodiversiteit kwijtgeraakt door de intensieve landbouw. Daarmee staat Nederland er Europees gezien belabberd voor wat betreft natuurwaarde. We doen het nauwelijks beter dan Malta. Slechts 8 procent van de Europees beschermde Natura 2000-gebieden in Nederland heeft voldoende kwaliteit naar internationale maatstaven.
Veel schijnbare tegenstellingen worden aangewakkerd door het populistische klimaat van dit moment, maar hoelang geleden is het dat alle natuurorganisaties samen het boek ’Publiek geheim, het succes van de EHS’ presenteerden, en daarin het succes van de samenwerking met boeren en ondernemers onderstreepten? Amper een jaar. Laten we terugkeren naar die houding en stoppen met de polarisatie.”
II Overheid op afstand
„De natuurbeherende organisaties moeten na het vastlopen van het beleid en met forse bezuinigingen op komst, de kans krijgen zichzelf te hervormen. Henk Bleker jaagt ze op dit moment achterna. Hij dreigt de provincies met een noodwet als ze niet meewerken, en benoemt een commissie die bindende adviezen gaat geven aan Staatsbosbeheer over de grazers in de Oostvaardersplassen. Ik vind de zogenaamde ’bedrijvenbrief’, die minister Verhagen van economische zaken vorige week liet uitgaan, inspirerender. Voor het eerst liet het kabinet de vertaling van een toekomstvisie zien. In deze mindere tijden treedt de overheid terug, schrijft hij. Er is minder geld en daarom komen er minder regels. Bedrijven moeten zelf met innovatieve plannen komen. Zo’n brief zou ik ook graag ontvangen van staatssecretaris Bleker. In zo’n ’Natuur-brief´ moet dezelfde ruimte worden geboden. En laat de natuurorganisaties dan nog voor de zomer met een eigen gezamenlijk toekomstplan komen.”
III Kies voor slechts drie grote natuurgebieden
„Het Weeld Natuur Fonds concentreert zich vooral op het herstel van de natuurlijke dynamiek in grote gebieden. Vanuit die visie hebben we ons in de jaren ’90 ook bemoeid met het plan Ruimte-voor-de-rivier, waarin het rivierenlandschap veiliger en natuurlijker wordt gemaakt. Daar is als het ware de stoere natuur van Marsman teruggebracht. Dat had veel voordelen, voor zeer uiteenlopende partijen. Het landschap werd door overlopen en waterbergingen veiliger, de natuurwaarde steeg, en er ontstond nieuwe bedrijvigheid. Baksteenfabrieken gebruiken de ontgonnen klei, en recreatie-exploitanten ontvangen duizenden bezoekers die op de natuurlijke uiterwaarden afkomen. Dat succesverhaal kan een voorbeeld zijn voor héél Nederland.
Waarom proberen we in Nederland toch al het kleine te behouden? Alles wordt in het werk gesteld om de biodiversiteit op peil te houden en het liefst te verbeteren. Maar als we goed naar de cijfers kijken blijkt dat Nederland maar 2,5 procent bijdraagt aan de soortenrijkdom op aarde, en dat zijn vooral wormpjes en insecten waaraan je zo voorbij loopt. Zelfs als je deze soorten met veel geld zou kunnen behouden zouden ze het uiteindelijk afleggen tegen de gevolgen van de klimaatverandering. Richt je minder op het behoud van statische populaties, zou ik zeggen, maar meer op grootschalig herstel van natuurlijke dynamiek.
Nederland is een belangrijk internationaal knooppunt, waaraan de natuur als het ware voorbij trekt. Zo verbindt de drieteenstrandloper aan onze kust het leefgebied van de ijsbeer op Groenland met dat van het dwergnijlpaard in Guinee-Bissau. Hij bezoekt ze beide, en rust hier uit. Europees gezien vormt Nederland één grote delta, met moerassen, estuaria, slikken en schorren, wadden en duinen. Absolute ’vlaggeschip-natuur’. In ons land sterft de rivier in de armen van de zee, zeggen ze wel eens. Kijk eens wat die uitstroom van zoet water doet met de organismen in het zout. Dáár gebeurt het volgens de ecologen. De ingrepen van de afgelopen jaren hebben de bever teruggebracht, en de zeearend hebben we niet eens hoeven herintroduceren. Die kwam zo aanvliegen. Dat is nog maar het begin. Zalm in de rivier, de steur terug in de Biesbosch, dolfijnen voor de kust. Het is kan allemaal. Als we er maar voor kiezen.
Ik zou een pleidooi willen houden voor een groot dynamisch delta-park, dat begint bij Lobith, en aan de kust eindigt, in een Haringvliet waarvan de sluizen op een verantwoorde manier worden geopend.. Precies zoals we de Rijnlanden in Europa eerder hebben beloofd, Zo’n deltalandschap heeft een enorm ecologisch en recreatief, en dus economisch potentieel. Hetzelfde geldt voor ons unieke, aaneengeschakelde duinlandschap, van Domburg tot de Wadden, hier en daar doorsneden door een estuarium of slufter.
Naast het blauwe Delta-park en het gele Duinpark, is er ruimte voor een groen Bos-park, al moet ik eerlijk zijn over onze Veluwe: wat betreft de natuurwaarde is het gebied in Europees verband van betrekkelijk geringe betekenis. Maar het is wel prachtig. En het heeft een grotere overnachtingsdichtheid dan heel Zwitserland. Dat moeten we niet verwaarlozen. In samenhang met andere gebieden kan de Veluwe aan natuurwaarde winnen. Denk eens aan een koppeling aan het Duitse Reichswald achter Nijmegen, via de Millingerwaard en de Veluwezoom aan de grote stuifzandgebieden bij Kootwijk, en vennen en heidegronden ten noorden daarvan. Uiteindelijk kan er door een verbinding naar het Veluwer Randmeer een route komen naar de nieuwe natuur in Flevoland met zijn Oostvaardersplassen. Dan bied je kansen aan cyclische natuur waarin het wild weer een echte seizoenstrek kan laten zien. Stel je voor: in Nederland! Met deze ’ruggegraat op land’ krijgen ook roofdieren de kans diep in het gebied door te dringen. Voor alle gebieden geldt overigens dat deze voor de mens toegankelijk moeten zijn. We hebben niets aan natuur die je vanaf een dijk of achter een hek mag bekijken.
Als we kiezen voor deze drie super-gebieden, kunnen we niet tegelijkertijd kiezen voor honderden kleine biotoopjes en reservaatjes, hoe mooi ze ook zijn. Maar die kunnen onder de hoede komen van provincies en particuliere eigenaren en stichtingen, met uiteenlopende financiële constructies en beheersplannen.”
IV Groen beraad kan basis leggen voor nieuwe organisatie van het natuurbeheer in Nederland
„Staatsbosbeheer is in 1899 opgericht als bosbeheerder en Natuurmonumenten in 1905 voor het behoud van arcadische landschappen. Beide organisaties doen op dit moment eigenlijk van alles: ze houden historische gebouwen in stand, verhuren vakantiehuisjes, doen aan houtproductie, beheren kleine gebieden en ’wilde natuur’. Daarnaast doen ze beide zeer gespecialiseerd werk, want er zit natuurlijk zeer veel expertise. Dat gaat uit een oogpunt van bedrijfsvoering moeilijk samen.
Staatsbosbeheer zit op dit moment te zeer onder de knoet van de overheid, waardoor het geen eigen beleid meer kan maken. En het heeft de komende jaren ook zo’n gigantische bezuinigingsopdracht, dat het in deze vorm niet kan overleven. Het is tijd voor een Groen Beraad waarin deze grote clubs zich met al hun expertise buigen over een nieuwe organisatie van het natuurbeheer in Nederland.
Voor de totstandkoming van de drie reservaten is misschien eerst een vrijwillige uitruil van gebieden nodig tussen de ’grote jongens’. Daarnaast behoeft elk gebied een eigen beherende instantie, maatschappelijk verankerd, met de overheid op afstand. Ik neem graag de Britse National Trust als voorbeeld. Dan heb je het bij wijze van spreken over Duin-beheer, Delta-beheer en Bos-beheer. Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer zijn denk ik uitstekend in staat te onderzoeken welke activiteiten en welke expertises bij elkaar horen en hoe zulke nieuwe beheersorganisaties eruit zouden kunnen zien, inclusief een mogelijke verbinding aan de top.”
V Zoek naar een combinatie van private en publieke geldstromen
„Als we natuur groots en uitdagend maken, open voor publiek, met kansen voor ondernemers, trekt diezelfde natuur ook investeerders. Natuurlijk is er rijksgeld nodig, maar dat niet alleen. Donateurs kunnen een belangrijke rol spelen, de provincies kunnen meedoen, maar waarom niet ook het waterleidingbedrijf, pensioenfondsen, energiebedrijven die biomassa uit de bossen willen hebben, en zorginstellingen met plannen voor revalidatiecentra aan de randen van de natuur? De rijksoverheid kan zo bezuinigen, en de natuur krijgt door particuliere financiering een maatschappelijke fundering waardoor deze minder kwetsbaar is voor de grillen van een staatssecretaris.’’
VI Epiloog
„Denk groot.”
Johan A. van de Gronden (43) verkeert relatief kort in de ’groene wereld’ en kijkt daardoor fris in een wereld die vooral historisch zo gegroeid is. De filosoof werd in 2006 algemeen directeur van het Wereld Natuur Fonds (WNF). Daarvoor deed hij internationale ervaring op in ontwikkelingssamenwerking, strategisch management, financiële planning en controle van grote veldwerkprojecten. Hij werkte onder meer voor de Verenigde Naties en het United Nations Development Programme en was directeur bij de Stichting Nederlandse Ontwikkelingsorganisatie (SNV). In de jaren negentig werkte hij voor Buitenlandse Zaken. Bij zijn aanstelling omschreef het WNF- bestuur hem als ’origineel en stimulerend’. Het WNF Nederland is met 910.000 donateurs de grootste natuurbeschermingsorganisatie van Nederland, maar bezit geen grond. Wereldwijd levert de Nederlandse afdeling 20 procent van het budget.
---------------------------------------------------------------------------------------------------
In het zicht van de haven met de EHS stoppen is kortzichtig
door Michiel Hegener
Het nieuwe kabinet heeft het budget voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) teruggedraaid naar nul euro, en mogelijk nog lager door gelden die het vorige kabinet opzij zette terug te halen. Voor het oude Centraal Veluws Natuurgebied is de schade te overzien, want dat was al vrij compleet. Maar het is een drama voor de zeven ecologische poorten van de Veluwe, de natuurcorridors tussen het Centraal Veluws Natuurgebied en omliggende natuurgebieden waaraan al jaren wordt gewerkt.
De zeven poorten zijn nu gemiddeld voor zestig procent gereed, als gebouwen die voor altijd in de steigers zullen blijven staan. Arne Heineman, regiodirecteur Gelderland van Natuurmonumenten: ‘Het is allemaal zo kortzichtig! Ik wind me niet vaak op maar nu wel. Hopelijk ziet het kabinet in dat dit een grote dwaling is. Ik kan me niet voorstellen dat dit kabinet verantwoordelijk wil zijn voor het stopzetten van iets met zo’n breed draagvlak als natuurbescherming.’ Piet Winterman, directeur Regio Oost van Staatsbosbeheer: ‘Ook het aankopen van verbindingen tussen stukken in de poorten die al zijn aangekocht is gestopt. Echt heel ernstig.’ Peter Van de Kreeke, hoofd van het Bureau Veluwe-Vallei van de provincie: ‘Het is een triest verhaal.’
Maar wat was ook al weer het Centraal Veluws Natuurgebied, en vanwaar die poorten? Om dat te begrijpen moeten we even terug in de tijd. Tot in de negentiende eeuw laveiden er herten in de uiterwaarden van de IJssel en belandde een wandelaar ongemerkt van de Gelderse Vallei in het Veluwe Massief, zo zacht waren de overgangen. Via zompige beekdalen liep je onder Epe door de natuur richting de IJssel. Onder Apeldoorn, bij Beekbergen, belandde je tot 1870 in het Beekbergerwoud, waar een mens alleen bij vorst doorheen kwam. Het Beekbergerwoud ging tegen de vlakte en werd gedraineerd, onder Epe kwamen ontginningen en ontwatering, en ook overal elders werd met succes de aanval ingezet op de natte, groene buitenrand van de Veluwe.
Vanaf pakweg 1900 veranderde ons grootste natuurterrein in een droog natuureiland, ingesnoerd tussen snelwegen, spoorbanen, intensieve veehouderij en een krans van verstening. De ironie was dat in diezelfde periode, de eerste decennia van de twintigste eeuw, de natuurwaarde van de Veluwe snel steeg dankzij doortastend optreden van Natuurmonumenten, het Staatsboschbedrijf, het Geldersch Landschap en particuliere natuuraankopers.
Uitgestrekte natuurgevangenis
Prachtig en groot maar droog en op slot: dat werd het lot van het resterende deel van de Veluwe, het Centraal Veluws Natuurgebied. Het woord centraal doet vermoeden dat er ook nog een periferie was, maar die was toen al geamputeerd, ontgonnen, gedraineerd en op veel plekken bebouwd. Hei, bos en hier daar wat zandverstuiving, maar zonder de kwelzones rondom, dat was het Centraal Veluws Natuurgebied. De Veluwe werd een uitgestrekte natuurgevangenis. Probeer er maar eens naartoe te gaan als boommarter. Probeer er maar eens weg te komen als je een wild zwijn bent. Probeer er maar eens behoorlijk voedsel te vinden als hert. Zelfs wandelaars en fietsers hebben problemen.
Maar er zijn twee megaproblemen die uitstijgen boven de hindernissen voor individuele toeristen en dieren. De krans van kwelwaterzones die een essentieel onderdeel vormt van het Veluwse ecosysteem, is geheel verloren gegaan, al zijn er de laatste twintig jaar een paar mooie reparaties uitgevoerd. En de Veluwe staat amper nog in verbinding met de Holterberg, het Montferland, de Utrechtse Heuvelrug, de IJsselvallei, de Rijn, het Reichswald, het Horsterwold, de oude Zuiderzeevlakte en andere natuur rondom.
Om daar iets aan te doen werd in de jaren negentig door de provincie het idee van de ecologische poorten gelanceerd. Waar het nog mogelijk was moest de geamputeerde Veluwe weer in verbinding komen met de natte natuur rondom: de IJssel, de Rijn en de Zuiderzeevlakte. Binnen die poorten, die gemiddeld zo’n twee kilometer breed en vijf kilometer lang moesten worden, kon dan meteen de kwelwaterstroom worden hersteld. Sloten dichtgooien, waterpeil omhoog, waar nodig en mogelijk bemeste bovenlagen afvoeren. Zo ontstonden ruige, groene, natte en bovenal vegetatierijke zones waar het grondwater ongehinderd naar de oppervlakte sijpelde en waar het wild weer eens behoorlijk kon eten. En rondplonzen, want daar houden herten en zwijnen van. Zelfs reeën en dassen vinden het leuk als het niet te diep is.
Gaten in de steenkrans
Het probleem bij het aanleggen van de poorten was vooral: waar kan het nog? Waar zitten nog gaten in de krans van verstening? Bij Hattem scheelde het helemaal niets of het stenen cordon had zich voor eeuwig gesloten. Er lag bij Berghuizen nog één onbebouwd stukje groen van een meter of 100 breed waar de poort tussen Veluwe en IJssel zich doorheen kon persen, het KiBo-terrein, voor insiders. Uiteindelijk lukte het in 2004 met veel belastinggeld per vierkante meter om het veilig te stellen. Nu doet zich iets dergelijks voor bij kasteel Biljoen, bij Velp. Winterman: ‘Er is daar nog maar een heel klein stukje natuur tussen Veluwe en IJssel, met een megadruk om het gebruik te intensiveren.’
Op andere plaatsen waren de gaten in de steenkrans groter, maar niet iedere plek was geschikt voor een poort – de poort moest wel naar iets interessants leiden. Uiteindelijk ontstonden er zeven poorten, althans op de kaart. De rijksoverheid leverde in 2000 nog een stevige bijdrage door vier poorten op te waarderen tot ‘robuuste verbindingszone’: de Haviker Poort, de Hattemer Poort, De Remkumse Poort en een nieuwe poort door het noordelijk deel van de Gelderse Vallei, soms de Voorthuizense Poort genoemd. Die verbindingszones waren geografisch verstrekkender dan de poorten. De poorten waren vooral bedoeld als verbinding tussen de droge Veluwe en de plaatselijk herstelde natte zone rondom – de robuuste verbindingszones moesten tientallen kilometers doorlopen naar andere natuur.
En nu ligt alles dus stil. De robuuste verbindingszones zijn geheel geschrapt, voor de poorten en andere EHS-gebieden in Gelderland is nog wat geld dat eerder beschikbaar was gesteld: 20 miljoen euro van de provincie en 24 miljoen van het Rijk, volgens Van de Kreeke. ‘Dat rijksgeld hebben we al uitgegeven aan grond, maar niet overal al op de juiste plaats. De bedoeling is steeds geweest dat we dat gaan ruilen tegen grond binnen de EHS. Of we kunnen het verkopen en van de opbrengst grond kopen in de EHS.’ Een hectare doet gemiddeld 40.000 euro, dus in totaal gaat het over middelen om nog 1100 hectare aan te kopen in de hele provincie. Helaas wist staatssecretaris Henk Bleker in recent overleg met de provincie te melden dat een deel van het reeds toegezegde geld (die 24 miljoen van de provincie komt uiteindelijk ook van het Rijk) mogelijk teruggestort moest worden.
Onzekere tijden
Een concreet voorbeeld? Neem de Hierdense Poort, ten noorden van Harderwijk, waar Natuurmonumenten de regie heeft. Om met het goede nieuws te beginnen: dezer maanden wordt het ecoduct over de A28 ter hoogte van Hulshorst gebouwd, één rijbaan is al overdekt. In mei 2011 verwacht Eddie Nijenhuis van Natuurmonumenten, beheerder van de Hierdense Poort, de eerste edelherten aan de westzijde van de A28 sinds de aanleg van de racebaan in de jaren zestig. Hij verheugt zich er zeer op. Alleen… Het zijn onzekere tijden, natuur is ‘een linkse hobby’ waar dit kabinet geen belangstelling voor heeft, en geld is schaars. Wat als de 25 hectare waarvan Nijenhuis nu denkt dat die nog kan worden aangekocht, wordt geschrapt? ‘Voor bepaalde soorten is het dan vrij zinloos. De hele poort meet 260 hectare. Daarvan moeten we nog 80 hectare aankopen, en als die 25 hectare is gerealiseerd nog 55. Als we ruim 200 hectare hebben gaat het net voor de herten, al moeten ze hier en daar door een agrarisch perceel. Dat doen ze wel, ze kunnen doorlopen naar het Randmeer. Maar een ecoduct dient veel soorten, bijvoorbeeld ook vlinders en kleine zoogdieren. We willen een aantal gebieden binnen de poort op verschillende manieren inrichten, juist voor verschillende soorten. Daarvoor zijn nieuwe aankopen op strategische plekken essentieel.’
Aangeslagen
Natuurmonumenten heeft het nog relatief goed, vergeleken met Staatsbosbeheer, zegt Arne Heineman van Natuurmonumenten. ‘De situatie is over het geheel dramatisch slecht. De specialisten hebben het door en de bevolking zegt: ‘Het zal wel. Er is toch veel groen?’ Wij van Natuurmonumenten kunnen onze mond nog open doen en waarschuwen voor wat er gebeurt, bij Staatsbosbeheer moeten ze nu stilzitten, terwijl ze worden geknipt en geschoren.’
Beetje sterk uitgedrukt? Nee, blijkt uit de woorden van Piet Winterman. Hij zegt aangeslagen te zijn. Toezeggingen voor nog aan te kopen gronden zijn er, maar ze kunnen door dit kabinet makkelijk weer worden geschrapt, vreest hij. ‘Onder het ILG, het meerjarencontract tussen provincie en Rijk, zal Staatsbosbeheer in Gelderland nog 1200 hectare door de provincie laten kopen. Daar is al 300 vanaf gehaald. En het baart me zorgen dat staatssecretaris Bleker van het budget voor die 900 hectare mogelijk het deel weghaalt, dat was gereserveerd voor de robuuste verbindingen.’
Het kost enige moeite Winterman te laten spreken over het belang van de poorten. ‘Ik ben zo perplex op dit moment.’ Zijn aandacht gaat nu bijna geheel uit naar het feit dat zijn budget voor beheer ook nog even is gehalveerd. Wat er aan poorten was aangekocht en overgedragen aan Staatsbosbeheer kan amper nog worden ingericht, laat staan dat er voldoende kan worden gesurveilleerd. ‘Er wordt niet meer aangekocht en wat we hebben wordt uitgehold’, aldus Winterman.
Wild zien
Na enig aandringen wil hij wel ingaan op het belang van de poorten die nu niet doorgaan of half af blijven: ‘Ze zijn belangrijk voor veel soorten en voor de verbinding tussen de droge delen van de Veluwe en de voedselrijke gronden. Via de poorten kun je het voedselaanbod sterk vergroten, en dus de draagkracht. Via de poorten krijg je trekbewegingen van het wild, seizoensgebonden maar ook op termijn van jaren. Met een hogere wildstand verhoog je ook de kans voor bezoekers van de Veluwe om wild te zien. Toeristen komen van uit alle windstreken om wild te zien en de natuur te beleven. De poorten zijn daardoor niet alleen belangrijk voor de ecologie, maar ook voor de economie: meer wild betekent meer kans wild te zien, dus meer bezoekers, dus meer recreatie-inkomsten. Maar er zijn ook indirecte economische voordelen: spannende natuur met veel wild draagt bij aan het welzijn van de bevolking. Dus minder mensen in het zorgcircuit – en daar wil de regering dan ook nog eens op bezuinigen!’
Heineman is het helemaal eens met die economische overwegingen, zeker waar het gaat om rechtstreekse recreatie-inkomsten. ‘In verband met het wild alleen komt op de Veluwe jaarlijks 100 miljoen euro binnen. En het kost 2 miljoen aan wildschade. Dus een rendementsfactor van vijftig – zo’n positieve en rendabele investering vind je nergens.’
Verbrokkelde, halfaffe natuur
Het idee om met de EHS te stoppen in het zicht van de haven noemt Heineman uitermate kortzichtig, Winterman vindt dat de kwaliteit van de leefomgeving tussen onze vingers wegglipt. Beiden klagen over verbrokkelde, halfaffe natuur. En kapitaalvernietiging. Want aangekochte natuur krijgt een meerwaarde als rondom ook natuur ligt en is als eilandje veel minder waardevol. In het Renkumse Beekdal is voor tientallen miljoenen euro’s een compleet fabrieksterrein gesloopt en teruggegeven aan de konijnen. Het beekdal is sindsdien weer een geheel, en nu wordt de Renkumse Poort, waarin het dal een grote schakel, vormt, niet afgemaakt. Winterman: ‘Wij moeten daar nog een stuk grond verwerven om de verbinding tussen Veluwe en Rijn te voltooien en dat kan nu niet. Wat was dan de zin van het verwijderen van het fabrieksterrein?’ Ander voorbeeld van wat er mis kan gaan bij onvolledige verwerving van een gebied: Geldersch Landschap – dat overigens niet voor commentaar beschikbaar was – heeft bij Emst een beekdal in beheer waar nog enkele boeren een perceeltje hebben. Omwille van hen moet in het hele beekdal het waterpeil kunstmatig laag worden gehouden.
Wat nu? Wat te doen nu er bijna geen geld meer is om de poorten te voltooien? Eddie Nijenhuis bepleit inzet van resterende middelen voor de voltooiing van een beperkt aantal poorten. ‘Die kunnen dan als leergebied dienen voor de andere poorten over een aantal jaren.’
Het idee dat de poorten over vijf, tien of vijftien jaar kunnen worden afgemaakt is logisch genoeg: andere kabinetten en andere economische tijden zouden de ramp van nu kunnen keren. Mits – en dit is essentieel – de provincie alles in het werk stelt om te voorkomen dat gemeenten gronden in de poorten gaan herbestemmen, bijvoorbeeld grond die een gemeente zelf bezit en die dan met veel rendement kan worden verkocht als bouwgrond. Alle geïnterviewden benadrukken het belang van het vergrendelen van de bestemmingsplannen in de poorten. Het huidige college van Gedeputeerde Staten zal dat zeker doen, maar wat gebeurt er na 2 maart 2011, na de provinciale verkiezingen? Van de Kreeke: ‘Als het nieuwe college een afspiegeling wordt van wat er nu in Den Haag zit wordt het voor de natuur niet best.’
Agrarisch natuurbeheer
Een andere oplossing, als het al een oplossing is, zou agrarisch natuurbeheer kunnen zijn. ‘Daarop wordt nu enorm voorgesorteerd’, aldus Heineman. ‘Ik zal niet ontkennen dat het kan werken, alleen heb ik daar nog weinig bewijzen van gezien, en gezaghebbende studies hebben aangetoond dat het geen euro goedkoper is.’ Nijenhuis benadrukt dat die beheercontracten met boeren standaard zes jaar duren. Heeft een boer er geen trek meer in, dan stopt hij – weg continuïteit.
Rest de vraag waarom de regering dit doet? Waarom wordt er veertig procent gekort op natuur? Waarom zoveel meer dan op andere sectoren? Bezuinigingen in het algemeen, zoals die heel Nederland treffen, kunnen maar voor een deel verklaren waarom dit kabinet de aanval inzet op de Nederlandse natuur. Sommige insiders denken met tegenzin dat het een afrekening zou kunnen zijn. Het CDA, de boerenpartij bij uitstek, had in stilte genoeg van de schaduwen die natuurdoelen over hun landbouwambities wierpen. En dus hadden ze genoeg van Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de Landschappen. Nu, met deze coalitiepartners, zien ze een kans die ze in het vorige kabinet moesten missen. Bij het CDA leeft verder de reële angst dat boeren het steeds zwaarder zullen krijgen, ook omdat de EU-steun na 2013 sterk gaat teruglopen. Dus geef ze iets nieuws te doen, natuur beheren bijvoorbeeld. ‘Dat dat een vak apart is, doet dan minder ter zake’, aldus Heineman. Aldus bezien wordt het huidige anti-natuurbeschermingsbeleid een stuk begrijpelijker, en zo ook de manier, financieel en anderszins waarop Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de provinciale landschappen nu worden afgeserveerd. Dat ze zich inspannen voor het behoud van natuur in Nederland voor alle Nederlanders, ondermeer op en rond ons grootste natuurterrein, en dat ze daarbij miljoenen sympathisanten hebben, lijkt in het Den Haag van nu onbelangrijk.’
---------------------------------------------------------------------------------------------------
Tweede-Kamerleden over de Veluwe
door Ria Dubbeldam
De landelijke politiek laat de Veluwe links liggen en erkent niet de problematiek van het grootste, maar kwetsbare natuurgebied van Nederland. Dit stelde natuurkenner en publicist Michiel Hegener in het kennismakingsnummer van Nieuwe Veluwe. Is de Waddenzee inderdaad het troetelkind en de Veluwe het stiefkind? Tweede-Kamerleden reageren.
Een korte weergave van Hegeners opinie: Doordat het publiek de Veluweproblematiek niet oppakt, want te ingewikkeld, is het voor de landelijke politici ongevaarlijk over ons grootste natuurgebied te zwijgen. Dus zwijgen ze. In de Tweede Kamer komt de Veluwe nooit aan de orde. Ja, alleen kleine, vrij irrelevante kwesties zoals het teveel aan zwijnen. En dat terwijl het grootste laaglandgebied van Noordwest-Europa veel bedreigingen kent: snelwegen, honderden kilometers hek, bungalowparken, mountainbikers, plezierjagers, pretparken, versnippering van beheer en beleid en ga zo maar door. Hoe anders is het gesteld met de Waddenzee. Als er maar iets in of rondom de Waddenzee gebeurt, zit de halve Tweede Kamer in de gordijnen. Het wordt tijd het grootste laaglandnatuurgebied van Noordwest-Europa de aandacht en erkenning te geven die het verdient.
Nieuwe Veluwe vroeg Tweede Kamerleden, de woordvoerders natuur, om hun standpunt.
‘WAT VOOR HET WADDENGEBIED KAN, KAN OOK VOOR DE VELUWE’
Lutz Jacobi, PvdA
‘In 2008 heb ik na gesprekken met veel mensen op de Wadden een Waddenpuntenplan opgesteld voor wat het gebied nodig heeft. Met dit plan ben ik alle Waddengemeenten afgegaan om hen te bewegen een gezamenlijke visie te gaan ontwikkelen. Zo’n actie moet ik ook maar eens voor de Veluwe opzetten. Het zou goed zijn als álle betrokkenen op de Veluwe de problemen gezamenlijk in kaart gaan brengen en samen één plan maken waarin staat welke ontwikkelingen wel en welke niet wenselijk zijn, waar je natuur, recreatie, wonen en landbouw een plek geeft en welke maatregelen genomen moeten worden om de natuur- en landschapswaarden te behouden. Hoe dat kan, staat in mijn Natuur- en Landschapsplan. Bij het opstellen van zo’n plan voor de Veluwe is het enorm belangrijk dat echt iedereen – overheden, grondeigenaren, natuur- en milieuorganisaties, bewonersorganisaties, recreatieondernemers – vanaf het allereerste begin samen optrekken. Alleen dán kom je uit de spaghetti aan problemen en ontstaat er draagvlak.
Hegener: Geheel mee eens, geweldig plan – alleen mis ik in de lijst van partijen waarmee Jacobi wil praten nog één groep: de velen die niet op de Veluwe wonen en die zich er wel bij betrokken voelen. Het mag lastig zijn die groep te bereiken, want niet of nauwelijks georganiseerd, maar hun stem is kwantitatief belangrijk (honderdduizenden Nederlanders zoeken af en toe de weidsheid en ongereptheid van de Veluwe op) en ook kwalitatief (want de Veluwe-fans van buiten de Veluwe staan voor het nationale belang van het gebied.)
De problematiek van het Waddengebied is niet minder complex dan die van de Veluwe.
Hegener: De veelheid aan eigenaren – natuurbeschermingsorganisaties, gemeenten, Defensie en heel veel kleine particuliere eigenaren - is de harde kern van de complexiteit van de Veluwe. Dat speelt op de Waddenzee niet.
Bij de Waddenzee gaat het om een goed evenwicht tussen natuurbehoud, recreatie, leefbaarheid en visserij. Drie provincies, vijf ministeries en negentien gemeenten en vele natuurorganisaties houden zich ermee bezig. Het is met name hun betrokkenheid die maakt dat de Wadden meer aandacht krijgen dan de Veluwe. De Friese Waddeneilanden hebben inmiddels samen een bestuursakkoord opgesteld met het ministerie van Binnenlandse Zaken, om vanuit één mond over de Wadden te praten. Zoiets kunnen de Veluwse gemeenten ook doen.
Waarmee de Wadden het wel gemakkelijker hebben is geld. Vanuit het Waddenfonds, waarin het ministerie van VROM 800 miljoen euro heeft gestopt, kunnen twintig jaar lang ecologische en economische projecten worden gefinancierd. De Veluwe mag dan wel aangewezen zijn als Nationaal Landschap, extra financiering heeft het niet opgeleverd.’
Hegener: Wat zou het geweldig zijn als die financiering voor de Veluwe er wel kwam! Zie mijn commentaar bij Annie Schreijer-Pierik voor een paar bestemmingen.
‘NEDERLAND ONDERSCHEIDT ZICH INTERNATIONAAL DOOR DELTANATUUR’
Hugo Polderman, SP
‘Het is verleidelijk om meer aandacht te hebben voor natuur waarmee je vertrouwd bent. Als Zeeuw heb ik vooral binding met de natuur van kustgebieden. Ik was flink actief rondom de verdieping en ontpoldering van de Westerschelde. Maar dat betekent niet dat je daarin mag doorschieten. Het is zeker niet zo dat ik de schoonheid van de Veluwe niet zou inzien, integendeel. Afgelopen zomer heb ik er nog een weekje vakantie doorgebracht.
Meer aandacht voor de natuur van de Veluwe is een goede zaak. Wat mij altijd verbaasd heeft, is dat er twee nationale parken zijn op de Veluwe: Nationaal Park Veluwezoom en Het Nationale Park De Hoge Veluwe. Voor het laatste moet je ook nog eens entreegeld betalen. Dat heb ik nooit begrepen. Het zou goed zijn van beide parken één aaneengesloten nationaal park te maken, zonder toegangsgeld. Dit kan de positie van de Veluwe als natuurgebied flink versterken.
Hegener: Briljant idee! Het vereist wel dat de gebieden van Natuurmonumenten naast de Hoge Veluwe, het Deelerwoud en het Planken Wambuis in het bijzonder, ook NP-status krijgen. Het probleem vormt echter De Hoge Veluwe. Toen in 2002 de Commissie J.A. Evenhuis onderzocht of de Veluwe beter een nationaal park (IUCN-2 gebied) kon worden of nationaal landschap (IUCN-5 gebied) bleek De Hoge Veluwe rabiaat tegen. Reden: ontwikkeling van de Veluwe als geheel to Nationaal Park zou voor De Hoge Veluwe “verlies aan identiteit” veroorzaken. De Hoge Veluwe stelt al bijna een eeuw het eigen belang boven de Veluwe als geheel, en dit is een steeds groter probleem nu de eenheid van de Veluwe naderbij komt door ontrasteringen, nieuwe ecoducten en omzetting van landbouwenclaves in natuur.
Een jaar of acht geleden hadden Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer voorzichtige plannen om de Veluwezoom, het Deelerwoud, de Ramenberg en de boswachterij Ugchelen-Hoenderloo tot één Nationaal Park te maken. Misschien een idee om dat plan weer te reanimeren?
Wel wil ik de waarde van de Veluwse natuur nuanceren. Deze is naar Nederlandse begrippen wel heel mooi, maar in Europees perspectief ook weer niet zo bijzonder. Dit soort natuur tref je ook aan in omringende landen, België en Duitsland
Hegener: …en Groot-Brittannië, waar het New Forest bij Southampton veel gelijkenis vertoont met de Veluwe…
en misschien nog wel meer dan in Nederland. De natuur waarmee Nederland zich internationaal onderscheidt is deltanatuur: de kust, de Wadden, de rivieren, riviermondingen en de polders. Het Planbureau voor de Leefomgeving zegt dat we moeten kiezen welke natuur we willen beschermen. In die discussie staat de Veluwe niet het hoogst op de prioriteitenlijst. Dat moeten we onder ogen zien.’
Hegener: Bijzonder aan de Veluwe is de status als ijstijdenrelict. Bijna overal ontmoetten de gletsjers in de derde ijstijd een harde ondergrond, maar in de Maas-Rijn-delta kwamen ze in een zandbak en lieten unieke sporen na, waaronder de Veluwe als geheel. De waarde van de Veluwe als ijstijdenmuseum werd nog groter door smeltwaterstromen aan het eind van de derde ijstijd en, in de vierde ijstijd (toen hier geen gletsjers lagen), de interactie van permafrost en solifluctie.
Verder is de Veluwe bijzonder door de on-Nederlandse omvang, door de centrale ligging in een overbevolkt land en door de mogelijkheden die de Veluwe biedt om de omliggende natuur (Montferland, Oostvaarderslassen, Salland, Utrechtse Heuvelrug, IJsseldal etc.) ecologisch te versterken, mits de natuurcorridors worden verbeterd.
‘WEINIG AANDACHT IN DE KAMER BETEKENT JUIST DAT ER GEEN ECHT GROTE PROBLEMEN SPELEN’
Annie Schreijer-Pierik, CDA
‘Dat in de Tweede Kamer weinig aandacht is voor de Veluwe, is alleen maar een goed teken. Het betekent niet dat de Kamer het gebied links laat liggen, maar juist dat er geen echt grote problemen spelen. De Kamer komt alleen in actie als er wat aan de hand is. Vanuit het gebied bereiken ons daarover geen signalen.
Hegener: Zelf goed opletten is ook een benadering. De problemen zijn talrijk:
- de Veluwe ontwikkelt zich snel tot Nederlands grootste mountainbiketerrein
- onder leiding van de Recreatiegemeenschap Veluwe worden dezer jaren tientallen kilometers onopvallende fietspaden (niet te breed, zand- of schelpenbedekking) omgezet in betonbanen van twee meter breed
- sinds jaar en dag ligt er een gebied, met kassa’s en hoge hekken rondom, in het hart van de Veluwe de eenheid te verstoren
- de grondwateronttrekking is en blijft op een te hoog niveau, beken vallen daardoor nodeloos vaak droog
- op veel recreatiegebieden zit een bestemmingsplanaanduiding die het mogelijk maakt ze vol te zetten met “recreatiewoningen”, en dat gebeurt in hoog tempo, al jaren; die bestemmingen zouden moeten worden opgeheven (dus voortaan alleen kamperen en caravans, geen harde recreatiebebouwing), maar dat levert planschade op voor de eigenaren. De rekeningen voor het afkopen van die planschade zijn veel te hoog voor gemeenten. Terwijl het nu zeer lastig is een bouwvergunning te krijgen in de Veluwse kernen, verrijzen overal op de Veluwe nieuwe dorpen van recreatiewoningen midden in de natuur. Remedie voor iedereen die denkt dat het meevalt: maak een rondvlucht boven de Veluwe!
- de krans van verstening rond de Veluwe wordt steeds dichter en harder, de rol van de Veluwe als hart van de Nederlandse natuur wordt daardoor steeds moeilijker
- het omzetten van de veel te talrijke dennenakkers, een erfenis uit het verleden, in gevarieerd bos is gewenst om te komen tot meer draagkracht voor de fauna en een natuurlijker gebied
- herstel van oude kwelzones en de aanleg van natuurcorridors zijn nodig om de Veluwe weer een volwaardige status te geven als echt natuurgebied.
Reageer zelf
- © 2012 Nieuwe Veluwe
- |
- Disclaimer
- |
- Realisatie door I-Innovate
Nieuwe Veluwe 2012#1 is verschenen!
Met o.a. een exclusief interview met Lisette Pelsers, de nieuwe directeur van het Kroller-Müller Museum, een bezoek aan de royaal uitgebreide beeldengalerij Het Depot in Wageningen, een kijkje bij het opvangen en terug zetten van boommarters, een inventarisatie van de natuur waar het kabinet een streep door heeft gezet, een gesprek met een amateurarcheoloog wiens collectie nu in het Rijksmuseum voor oudheden te zien is.
AANBIEDING
Neem nu een abonnement en ontvang gratis* het boek
De Hoge Veluwe in Kaart gebracht. € 29,50 bij machtiging, anders € 31,50.
* € 2,50 verzendkosten.