Header

De wolf komt (reactie) 

zondag 28 maart 2010

Prof. dr. Jan L. van Haaften reageert op het artikel De wolf komt in het kennismakingsnummer van Nieuwe Veluwe (december 2009). Zijn brief is verkort weergegeven in de rubriek lezersreacties van Nieuwe Veluwe 1, 2010. Omdat in het tijdschrift geen ruimte is voor een uitgebreide reactie, plaatsen we de volledige brief aangevuld met een reactie van de redactie en de geïnterviewde ecoloog Roeland Vermeulen.

 

Geachte redactie,

Uw kennismakingsnummer heb ik in dank ontvangen en met aandacht gelezen. Als één van de weinige Nederlanders die in het wild aan wolven in verschillende landen in Europa, maar ook in Azië, heeft mogen werken, begrijpt u dat het artikel: ‘De wolf komt’ mij bijzonder interesseerde. Maar wat een teleurstelling! Het is een bijzonder slecht artikel; de schrijfster weet kennelijk niets van wolven.

 

Antwoord van de redactie: De journalist is uitgegaan van de kennis van de geïnterviewde ecoloog Roeland Vermeulen.

 

Hierbij enkele opmerkingen:

1.

Een wolf legt niet op één nacht (altijd) 50 kilometer af. Een wolf kán dit in een nacht best wel eens afleggen.

 

Antwoord van de redactie: We gaan ervan uit dat de lezer uit de context van het artikel begrijpt dat dit afstanden zijn die een wolf kán afleggen.

 

2.

In Brasov (Roemenië) mocht ik het wolvenonderzoek starten: ik ken de omgeving daar dus goed. Brasov ligt aan de voet van de Karpaten, waar wolven thuis zijn. Geen wonder dus dat zij zo nu en dan in de buitenwijken van deze stad worden gesignaleerd om gemakkelijk te vinden voedsel te zoeken.

 

Antwoord ecoloog Roeland Vermeulen: In Brasov lopen de wolven regelmatig 's nachts door de straten onderweg naar de vuilnisbelt om hier te eten. Alleen worden ze niet gezien. Dit weten we onder andere via zenderonderzoek waarbij de dieren een halsbandzender dragen.

Ook in Duitsland is op deze manier bekend geworden dat de dieren 's nachts door de dorpen lopen. Het landschap in Duitsland is sowieso geen wildernis maar een cultuurlandschap met maïsakkers, bruinkoolmijnen, militaire oefenterreinen, dorpen, campings enzovoort. Vergelijkbaar met grote delen van de oostkant van Nederland.

 

3.

Dat boeren en particulieren met schapen en geiten niet bang hoeven te zijn dat de wolf aan hun eigendom komt, is je reinste onzin: dit is juist het grootste probleem! Wolven prederen juist op dat wat zij het gemakkelijkst kunnen grijpen: dus schapen en geiten (ook wel honden en katten).

 

Antwoord Roeland Vermeulen: Dit ligt aan beide kanten genuanceerder. Wolven kiezen over het algemeen voor een of twee preferente prooidiersoorten. In Duitsland zijn dit reeën en in Oost-Europa is dit het edelhert. Dit zouden ook schapen kunnen zijn, iets wat we in Zuid-Europa wel zien. Wanneer de wolven niet succesvol zijn in hun jacht willen ze zeker wel eens een schaap pakken. Er zijn echter goede beschermingsmaatregelen te nemen. Onder andere het plaatsen van schrikdraadrasters en de inzet van speciale waakhonden. Hierdoor is schade voor een groot deel te beperken. Zo zien we in Duitsland al jaren een toename van het aantal wolven, maar blijft het aantal gedode schapen min of meer gelijk. Door goede voorlichting weten veel boeren inmiddels wat ze moeten doen.

Dus bij goede maatregelen kunnen we een groot deel van de schade voorkomen, maar nooit voor de volle 100 procent.

 

4.

Wolven weten absoluut niet dat zij problemen krijgen als zij landbouwhuisdieren verorberen. Dan zouden ze wel heel hardleers zijn, want ze doen het nog altijd. Honger is de grootste drijfveer. Wolven krijgen echt niet tijdens hun opvoeding mee wat zij wel en niet kunnen bejagen en ook niet dat ze uit de buurt van mensen moeten blijven (u zegt zelf dat ze zelfs in Brasov komen).

 

Antwoord Roeland Vermeulen: Ze vermijden mensen wel, maar niet menselijke structuren. Gebouwen vormen immers geen bedreiging.

 

5.

Wolven leren van de andere wolven hoe ze moeten jagen. Het hangt van de aanwezige prooidieren in hun leefgebied af wat zij bejagen. Hierbij laat iedere wolf zijn eigen voorkeur ook nog meespelen. Verder is het zo dat de ene wolf veel schuwer is dan de andere. Er zijn er die heel dicht bij de boerderijen en huizen durven komen, maar er zijn er ook die menselijke bewoning zo veel mogelijk mijden. Ervaringen spelen hierbij een heel grote rol.

Wat nodig is om angst en ongelukken te voorkomen is geen onzin publiceren, maar bijtijds werkelijk goede voorlichting geven en herders ervan overtuigen dat zij goede waakhonden bij hun kudden schapen en geiten laten meelopen. Er is dus nog heel veel te doen, wanneer het ooit zo ver komt dat hier een wolf over de grens komt en hier wil blijven!

 

Antwoord Roeland Vermeulen: Toch kunnen we wolven een hoop leren. Door ervoor te zorgen dat kadavers niet buiten blijven liggen, als een schaap is gedood door een wolf, leren we ze dat hier slechts weinig vlees van te halen is. We nemen hun voedselbron weg, en zoals Van Haaften al zegt: honger is een belangrijke drijfveer. Dus als een dier leert dat hij slechts een paar snelle happen aan een schaap verdient, leert hij ook dat het niet de moeite is om hierop te jagen.

 

Het weghalen van kadavers vergroot de kans op nog meer schade, want kadavers in een wolvenleefgebied houden juist de wolven weg van andere huisdieren. Wij kunnen wolven echt niets leren, eerder is het andersom: wij leren van de wolven hoe predatie een positieve invloed heeft op het behoud van een gezonde prooidierstand.

 

Beleefd groetend,

Prof. Dr. Jan L. van Haaften

 

Naschrift Roeland Vermeulen: Blijft inderdaad staan dat een wolf een opportunist is, daar heeft prof Van Haaften zeker gelijk in.

 

 

Nog geen reacties Reageer zelf