Header

Mijn Veluwe 

zaterdag 09 oktober 2010

door Gerard van Putten
Vaak sta ik er even bij stil. Het is een kale plek in de brede berm langs de zandweg. Er ontbreken een aantal dikke beukenbomen zoals ze verder langs de weg staan, honderd jaar oud, denk ik. Zomers loop je er in de schaduw van de grote beuken. Het is een prachtige laan die het hele jaar zijn schoonheid prijs geeft. Maar de kale plek onderbreekt die statige regelmaat en ja dat moet ook. Je kunt je dan even realiseren wat hier gebeurd is, bij het monument dat op die lege plek staat. Een Britse Lancaster bommenwerper, met zeven man aan boord, heeft hier in de nacht van 15 juni 1943 een aantal bomen ontworteld en met de fatale afloop een markering aangebracht.
Er staat nu een monument op deze plek op mijn Veluwe.

Vanaf begin jaren 70 ben ik begonnen om de Veluwe te ontdekken. In eerste instantie om vroeg in de ochtend te kijken naar het wild; de edelherten, zwijnen en damherten. Ik ging daarvoor veelal naar het Deelerwoud, waar een boer van een aangrenzend perceel om 8 uur het hek voor je opendeed. Dit had veel voordelen: als je als eerste bij het hek was, wist je ook dat er nog niemand voor je in het bos was en kon je je eigen plan trekken hoe het wild te benaderen. Daar komt nog bij dat je er in de winter al in kon voor de zon op kwam. Het wild dat er leefde was in rust tot dat de eerste bezoekers kwamen. En als je het goed deed; in het groen, goed op de wind en voorzichtig, dan kon de rust nog een poosje blijven. In de zomer had je voldoende licht en was het prachtig om foto’s te maken.
Daarna ontdekte ik de Veluwe Zoom en begon langzaam het onderscheid te voelen. Er is verschil in ongereptheid. De Veluwe Zoom is voor mij het stuk Veluwe dat ik als het meest natuurlijke bos (in ons land) ervaar, want daar heerst nog een zekere mate van ongereptheid.
Zo is dat jaren door gegaan en werd de Veluwe van mij. Ondanks dit prettige gevoel bleef de Veluwe in mijn ogen een klein stukje groen in een klein land.
Door moeilijkheden op mijn werk en het gedwongen ergens rust moeten zoeken, maakte ik een nieuw plan. Tot dan toe koos ik een plek waar ik ‘s morgens heen wilde, maakte daar een flinke tocht en ging weer naar huis. Zo had ik overal mooie routes met favoriete plekjes.
Er borrelde een plan op om al die plekjes aan elkaar te lopen en na wat proberen ging dat wonderwel goed. Mijn Veluwe werd groter en groter. En nu is het, voor mij, de plek om eindeloos te zwerven ondanks dat het land klein is. Het is goed mogelijk om dagen lang op pad te zijn zonder een dorpje aan te doen. Af en toe moet je onder een snelweg door en dat is minder leuk maar het zwerven kan toch echt. Er zijn verscheidene kleine staatsbosbeheer campings waar je op een zwerversveldje heel prettig en heel rustig kunt staan.
Ik heb nu een eigen zwerfroute en daar loop ik heel regelmatig delen van. De route loopt in principe van open plek naar open plek. Dat is voor mij de prettigste manier om te genieten van De Veluwe; vanaf de bosrand weg kunnen kijken over de vlakte. De beschutting achter of naast je en de open vrijheid voor je. Ruimte en geborgenheid; dat loopt heerlijk. Zo zijn er plekjes ontstaan die mijn voorkeur hebben. Ik plan dan ook graag een wandeling, zodat ik, als het nodig is om te rusten, op een favoriet plekje ben. Ik zit dan een uurtje onder een boom en geniet van het uitzicht over mijn Veluwe.

Zo heb ik ontdekt dat er vele plekjes zijn waar een gedenksteen of een markeerpunt is of iets in het landschap wat met een bepaalde reden is ontstaan.
Zo zijn er stenen bij met het opschrift “Kroeze Eik” en “Konings Eik”. Van de steen met “Kroeze Eik”, denk ik, dat hij lang geleden een kruispunt van wegen markeerde. In het kroondomein liggen en staan ook vele gedenkstenen, zoals “Putterkoppel” en de gedenkstenen bij de leemkuilen. Het gedenkpunt is niet altijd een steen, maar kan ook de naam van de leemkuil dragen. Zoals “Het Cannenburgergat”, een prachtig vol gelopen leemkuil, waar de klei werd uitgehaald om stenen te bakken voor het kasteel “De Cannenburgh” in Vaassen. Dit wordt ervan verteld, helemaal zeker ben ik niet, omdat ik op een oude kaart van 1850 de leemkuil niet terug kan vinden.
Een klein rood stipje op de topografische kaart bleek een klein houten hutje te zijn met een heideplaggen dak en aan de voorzijde voorzien van een W met daarboven een kroon. Ik twijfel er niet over, terwijl ik het ook niet zeker weet, maar ik noem dit het Wilhelmina huisje.
En de prachtige plek waar veertig bronzen stronken het fundament van de “Kathedraal van Reims” weergeven, verscholen in het groen. In de zomer loop je er zo voorbij als de bronzen zuilen verdwijnen tussen de bosbessen. Ik heb deze “Kathedraal” dan ook in de winter ontdekt.
Verder zijn er ook vele grafheuvels te vinden van duizenden jaren geleden, tegenwoordig ook met een informatiebord aangegeven. En via de “Grafheuvel route” te ontdekken.
Er zijn ook ophogingen en kuilen te zien die je in eerste instantie gewoon als een bult of een gat in de grond ervaart, maar daadwerkelijk restanten zijn van het oorlogsgeweld in de veertiger jaren. Dit heb ik vaak gehoord van iemand die het gebied beter kent dan ik. Zo kun je zeer oude akkertjes, omgeven door een zandwal, en oude karrensporen vinden van eeuwen geleden. Dat kun je zien aan de karrensporen, waar de begroeiing anders is dan ernaast; op de ruggen groeit hei en in de geulen gras. Op luchtfoto’s is dit het beste te zien.


Er zijn ook tijd markeringen die je niet altijd herkent. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het “Bommenlaantje” op de Hoge Veluwe. De plek waar in de oorlog een treintje reed om de bommen van Wolfheze naar Deelen te brengen. Het is een prachtig opgehoogde baan, verscholen tussen berkenbomen, bedoeld om de trein aan het zicht te onttrekken.


Voor mij was het ook een “rare” ontdekking toen ik een monument tegen kwam ter nagedachtenis aan de eerst verongelukte Nederlandse vlieger;
Clement van Maasdijk verongelukte op 27 augustus 1910. Dat maakt me nieuwsgierig: wat is hier precies gebeurd? In 1910 werd er dus al gevlogen met Nederlandse vliegtuigen. En waardoor is hij verongelukt.

Naast al deze gedenkwaardige plekken heb ik zo door de jaren heen ook mijn eigen herinnerings plekken opgebouwd. Die staan niet op de kaart maar zitten in mijn hoofd. De plek waar ik oog in oog stond met een kapitaal Edelhert, of de boom, een beuk van zo’n vijf en twintig centimeter doorsnede waar een zwarte specht een gat in had gehakt dwars door de stam heen. Al die plaatsen met mooie ontmoetingen zitten onuitwisbaar opgeslagen in mijn geheugen. Als ik langs zo’n plek kom weet ik het weer en kijk ik hoopvol de omgeving af of die ontmoeting zich zou herhalen.


De plek waar ik voor de eerste keer zonnedauw vond, vergeet ik niet meer. En het mooie wat er zich daarna vanzelf voltrekt, is dat je het dan vaker ziet. Je ogen worden als het ware geopend. Zo gaat dat ook met het wild op de Veluwe, als je één keer weet hoe je moet kijken zie je altijd wat. Het is een kwestie van leren kijken met aandacht. Waarbij ik wel op merk is, dat je door vaker op de zelfde plek te komen, ook meer en meer details gaat zien. De eerste keer is het de Veluwe alleen nieuw mooi en vooral bos. Hoe vaker je er rond zwerft hoe meer de Veluwe zijn details met je deelt.


Het wordt voor mij steeds persoonlijker zo is het standbeeld van Generaal de Wet voor mij niet meer van hem, maar is het het beeld van mijn opa geworden omdat de man op mijn opa lijkt. We zeggen thuis ook niet: We moeten weer eens naar de Hoge Veluwe, maar we zeggen: Zullen we weer eens bij opa gaan wandelen? We zeggen ook thuis tegen elkaar: We moeten weer eens een tochtje maken bij het “kappelletje” en dan bedoelen we “de Worth Rheder heide”. Daar staat ons kappelletje niemand ziet het staan, wij wel! Wij weten precies hoe het er uit ziet en hoe het de plek siert. Zo werkt De Veluwe door in mijn leven omdat ik er betrokken bij ben geraakt. Op de Veluwe vind ik plekjes die alleen voor mij zijn.

Zo is het ontstaan langzaam maar zeker. Het ontdekken van wild, monumenten en gedenkstenen. Het is een proces van jaren. Niet met een gevoel van oh jee dit duurt lang nee juist tegengesteld heerlijk dit kan jaren zo doorgaan. En stukje bij beetje werd de Veluwe van mij. Zo is het mij vergaan ik zwerf er nu veertig jaar rond over de Veluwe en het verzadigd nooit en het product is dat; de Veluwe mijn Veluwe is geworden.


 

Bekijk toegevoegde afbeelding

Nog geen reacties Reageer zelf

 

Andere lezersberichten

Zelf een lezersbericht plaatsen