Waarom Natura 2000 Veluwe? 
dinsdag 15 juni 2010
Ik heb de afgelopen tijd een aantal voorlichtingsbijeenkomsten van de provincie Gelderland bezocht over de voortgang en de te verwachten gevolgen van het project Natura 2000 Veluwe. Die bijeenkomsten waren gericht op specifieke doelgroepen als recreatie-ondernemers, boeren, gemeentelijke bestuurders/raadsleden en ambtenaren, maar uiteraard was ieder met belangstelling voor het thema van harte welkom. De avonden hadden globaal een vast verloop: presentatie van de stand van zaken, plenaire discussie en slotconclusie. Slechts bij een van de bijeenkomsten die ik bezocht was de verantwoordelijke gedeputeerde Harry Keereweer (PvdA) aanwezig. De discussieleiding liet niets te wensen over. En toch hield ik aan het geheel een onbevredigd gevoel over. Ik denk door de sensatie die een van de progressieve raadsleden op de laatste avond verwoordde; ‘Ik dacht dat het met name over de natuur op de Veluwe zou gaan, maar daar hoor ik weinig over!’.Volgens mij komt dat vooral omdat tijdens de presentatie Natura 2000 Veluwe niet als iets positiefs wordt neergezet, als een aanwinst voor het gebied. Het gaat over een vlinder hier, en een vogel daar, om het bot uit te drukken. Terecht, maar weinig aansprekend voor een breed publiek. Alsof de mensen die in opdracht van de provincie bezig zijn met de uitwerking van het project in een beheerplan, er zelf niet in geloven. Hun houding heeft haast iets verontschuldigends in de geest van: wij hebben het niet bedacht, het moet van Brussel! Daarmee inspelend op de wijd verbreide, onderbuikgevoelens ten aanzien van de daar zetelende Europese apparatsjiks. Eenzelfde toonzetting overigens die oa ook kenmerkend is voor de opiniestukken van Frans Evers (Nieuwe Veluwe 01/10, Trouw, 14.04.10). Alsof alles te danken zou zijn aan de kippendrift van een stelletje natuurfreaks met oogkleppen op. Maar niets is minder waar. Natura 2000 komt voort uit de groeiende internationale bezorgdheid -om het zacht uit te drukken- over de onder invloed van menselijke activiteit in snel tempo afnemende biodiversiteit op onze planeet. Zij kwam tijdens het laatste decennium van de vorige eeuw oa tot uiting in de Convention on Biological Diversity (UN Earth Summit Report, 1992).
Op initiatief van voormalig VN-secretaris-generaal Kofi Annan werd zij onderbouwd in het Millennium Ecosystem Assessment, 2005. Ecosystems and Human Well-being: Biodiversity Synthesis (World Resources Institute, www.millenniumassessment.org), waaraan z0’n 1.400 wetenschappers over de hele wereld meewerkten. De biodiversiteitdiscussie heeft evenals de verwante klimaatdiscussie helaas een hoog abstractiegehalte, hoe tastbaar en concreet de dagelijkse gevolgen van zowel de opwarming als het verlies aan soorten en ecosystemen ook zijn. De geringe invloed van de hele biodiversiteitdiscussie op de dagelijkse gang van zaken tot dusver moge oa blijken uit de recente inventarisatie van de soortenrijkdom in ons land. Die laat niet slechts een voortschrijdende verarming zien, maar tevens een voortschrijdende nivellering, waardoor ook natuurgebieden qua soortendistributie steeds meer op elkaar gaan lijken. En dat terwijl boven aangehaalde mondiale bronnen juist het wezenlijke belang van het behoud en de verruiming van die soortenrijkdom als basis voor het menselijk bestaan onderbouwen en, waar kennis ontbreekt, manen tot een uiterst behoedzame omgang met wat er op dit moment rest. In de geest van ‘bij twijfel, niet inhalen’.
En daarom is het bedroevend te moeten ervaren dat discussies over zo’n complex thema op lokaal en regionaal niveau al gauw verworden tot technocratische discussies over grenzen, gehaltes, emissies, voorschriften, uitzonderingen, vergunningen ed, die helaas voorbijgaan aan de zaak waarom het eigenlijk draait, het nut en de noodzaak van het behoud en de terugwinning van de natuurlijke rijkdom die aan de basis ligt van ons aller bestaan in sociaal, cultureel en economisch opzicht, ook op de Veluwe. En de duurzame winst die daaruit valt te putten. Dat vraagt in dit specifieke geval tenminste van een gedeputeerde als Keereweer meer overtuigingskracht dan: “Het is niet zo dat in de Natura 2000-gebieden geen bedrijvigheid meer mogelijk is. Soms biedt de natuur juist meerwaarde voor bedrijven, bijvoorbeeld in de recreatieve sector. Economische activiteiten zijn dan ook nog steeds mogelijk.” (Gld.nieuws, 27.01.10). Dat ademt, in het Jaar van de Biodiversiteit, niet de geest van een paradigmawisseling ten opzichte ons begrip van de natuur, die Natura 2000 van ons verlangt. Het riekt vooral naar ‘not in my backyard’ en ‘business as usual’.
Age de Vries (Vrienden van de Veluwe)
Wageningen, 10 mei 2010
 
Nog geen reacties